|
Wettige
Verdediging
Art.
416 Strafwetboek:
Er is noch misdaad, noch wanbedrijf, wanneer de
doodslag, de verwondingen, en de slagen geboden zijn door de ogenblikkelijke
noodzaak van de wettige verdediging van zichzelf of van een ander.
De zelfverdediging heeft verwantschap met de dwang.
Zij word als grond van rechtvaardiging aanzien omdat ze de vrije wil van de
dader ontneemt. Opdat de zelfverdediging zou kunnen ingeroepen worden, moeten de volgende 5 voorwaarden aanwezig zijn :
- de
aanslag moet met geweld tegen de
lichamelijke, persoonlijke integriteit of eerbaarheid gepleegd zijn
- de
aanslag moet onwettig zijn
- de
verdediging moet ogenblikkelijk en
noodzakelijk zijn
- de
verdediging moet in evenredigheid zijn met de aanval
Het recht tot wettige verdediging kan op twee manieren
teniet gedaan worden :
a. De aangevallene
kan voortgaan met zich te verdedigen, ook als het gevaar al geweken is.
b. De aangevallene
kan tot zijn verweer een middel gebruiken dat in de gegeven omstandigheden niet
noodzakelijk is.
Art.
417 Strafwetboek:
Onder de gevallen van ogenblikkelijke noodzaak van
de verdediging worden de twee volgende gevallen begrepen :
- Wanneer
de doodslag gepleegd wordt, wanneer de verwondingen of de slagen
toegebracht worden bij het afweren bij nacht, van de beklimming of de
braak van de afsluitingen, muren of toegangen van een bewoond huis of
appartement of de aanhorigheden ervan, behalve wanneer blijkt dat de dader
niet kon geloven aan een aanranding van personen, hetzij als rechtstreeks
doel van hem die poogt in te klimmen of in te breken, hetzij als gevolg
van de weerstand welke diens voornemen mocht ontmoeten.
- Wanneer
het feit plaats heeft bij het zich verdedigen tegen de daders van
plundering die met geweld tegen personen wordt gepleegd.
Schuldig
verzuim
Art.
422 bis Strafwetboek:
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden
en met een geldboete, of met een van die straffen alleen,
wordt gestraft hij die verzuimt hulp te verlenen of te verschaffen aan iemand
die in groot gevaar verkeert, hetzij zelf diens toestand heeft vastgesteld,
hetzij die toestand hem is beschreven door degene die zijn hulp inroepen.
|
|